Stad Vilvoorde

Stad Vilvoorde - Preventie en veiligheid - Noodplan

 

Rampenplanning: waar het om gaat

Rampenbestrijding
Zware ongevallen en rampen zijn uiterst zeldzaam. Toch is een echte noodsituatie niet helemaal denkbeeldig. Het stadsbestuur en de hulpverleners in de stad werken samen om de bevolking zo goed mogelijk te beschermen tegen alle vormen van onheil. Die samenwerking werd vastgelegd in het stedelijk rampenplan.

Hierna wordt een korte toelichting gegeven bij het rampenplan, met als doel een kennismaking met het doel en de betekenis ervan. Het plan wordt voorgesteld aan de hand van een beknopte taakomschrijving van de verschillende disciplines die optreden in geval van een noodsituatie.
Het rampenplan zelf is niet algemeen toegankelijk omwille van de vertrouwelijke gegevens die erin zijn opgenomen.

Rampenplan
Het rampenplan beschrijft de werkwijze die de hulpdiensten volgen, wanneer een ernstige noodsituatie ontstaat.Het kan bijvoorbeeld gaan over hevige wateroverlast, een grote brand, een dreigende gifwolk of een zwaar ongeval.

In het rampenplan staan richtlijnen om alle hulpverleners snel en efficiënt te verwittigen. Verder wordt de taak en de bevoegdheid van elke dienst beschreven en is er veel aandacht voor de coördinatie tussen de diensten.

Disciplines
Om de bestrijding van een ramp en de hulpverlening aan de bevolking te organiseren maakt het rampenplan een onderscheid tussen vijf soorten opdrachten of disciplines. Het zijn: hulpoperaties van de brandweer, medische en sanitaire hulpverlening, politie van de plaats, logistieke steun, diverse werken en vervoer, informatie aan de bevolking.

Vier fasen
De noodplanning is in ons land georganiseerd in vier fasen.

De eerste twee fasen worden gesitueerd op gemeentelijk niveau. De burgemeester is verantwoordelijk voor de coördinatie van de acties.
In de eerste fase kunnen brandweer en politie de situatie aan op eigen krachten. Het gaat om een beperkte actie. In de tweede fase is steun nodig van andere diensten en worden maatregelen genomen om de bevolking te beschermen.

Is de situatie nog ernstiger, dan treedt fase drie van het rampenplan in werking. In dat geval staat de provinciegouverneur in voor de coördinatie van de acties. Bij spoorwegongevallen, vliegtuigongevallen en ongevallen in SEVESO-bedrijven wordt steeds fase 3 afgekondigd. Bij zware nucleaire ongevallen zal fase 4 afgekondigd worden.

In fase vier worden de operaties geleid op regeringsniveau. De coördinatie ligt dan bij de Minister van Binnenlandse Zaken.

Deze rubriek behandelt enkel de hulpverlening op gemeentelijk niveau. Dit is dus fase één en twee van het rampenplan.

 

Fase Rampenplan Coördinatie Omschrijving
Fase 1 Gemeentelijk rampenplan Burgemeester Beperkte actie en coördinatie op gemeentelijk niveau
Fase 2 Gemeentelijk rampenplan Burgemeester Versterkingsfase en coördinatie op gemeentelijk niveau
Fase 3 Provinciaal rampenplan Gouverneur Coördinatie door provinciegouverneur
Fase 4 Nationaal rampenplan Minister van Buitenlandse Zaken Nationale coördinatie



Wie stelt het stedelijk rampenplan in werking?
De bevelvoerende officier van de brandweer stelt fase één van het rampenplan in, wanneer het om een ernstige noodsituatie gaat die kan uitbreiden. De officier leidt de eerste operaties ter plaatse. Hij werkt daarbij samen met politie en medische hulpploegen. De burgemeester en zijn crisiscomité worden gevraagd zich ter beschikking te houden om desnoods de noodhulp te coördineren.
De bevelvoerende officier of de burgemeester kondigen fase twee van het rampenplan af. Hij doet dit in overleg met brandweer en politie. In deze fase van de rampenbestrijding wordt het gemeentelijk crisiscomité automatisch opgeroepen door de politie. Ze vergaderen in het crisiscentrum van het stadhuis. De hulpverleners moeten de bevolking alarmeren en informeren. Samen met de burgemeester nemen zij alle maatregelen om de noodsituatie zo snel mogelijk op te lossen.

Coördinatie op het terrein
Noodoperaties worden geleid door de burgemeester en de verantwoordelijken van de hulpdiensten vanuit het crisiscentrum in het stadhuis. Toch is ook op het terrein permanent overleg noodzakelijk. Zeker wanneer tientallen leden van de brandweer, politie en medische ploegen aan de slag zijn. De coördinatie vlakbij de plaats van de ramp gebeurt in de CP.Ops (commandopost operaties) door de bevelhebber van de brandweer. Tegelijk houden de hulpverleners contact met de verantwoordelijken in het stadhuis.


DISCIPLINE 1: HULPOPERATIES VAN DE BRANDWEER

Taken
1. De brandweer is meestal de dienst die eerst gealarmeerd wordt in geval van ramp. De bevelvoerende officier is bevoegd om het stedelijk rampenplan af te kondigen.

2. De brandweer voert de eerste interventie uit en tracht de noodsituatie zo snel mogelijk onder controle te krijgen.

3. De brandweer werkt ook samen met andere hulpdiensten. De acties van de brandweer op het terrein zijn vooral gericht op het redden van personen, het blussen van branden,
dichten van lekken en bressen en het verzekeren van de veiligheid van de omwonenden.

4. Verder is de brandweer ook verantwoordelijk voor het opstellen van een CP.Ops (commandopost operaties) op het rampterrein, waarbij contact wordt gelegd met het crisiscomité in het stadhuis.

5. In het crisiscomité geeft de brandweer advies aan de burgemeester, wanneer hij een beslissing moet nemen.

6. De opdrachten die de brandweer bij ramp moeten vervullen betekenen in feite een opschaling uit de dagelijkse praktijk. De brandweer treedt dagelijks op bij incidenten waar gevaar bestaat voor mens, dier, goederen en milieu. Via oefeningen wordt de nodige kennis en ervaring aangeleerd of bijgeschoold.


DISCIPLINE 2: MEDISCHE HULPVERLENING

Taken
1. Onmiddellijk na het alarm rijdt de medische urgentiegroep (M.U.G.) naar de plaats van de ramp. Het team verzamelt informatie over de noodsituatie. De medische hulpverleners bespreken met de officier van de brandweer de aard van de ramp, het vermoedelijk aantal slachtoffers, de eventuele risico's en de oprichting van het triagepunt.

2. Deze informatie wordt doorgegeven aan de 100-centrale. Dit hulpcentrum verwittigt de ziekenhuizen, die hun rampenplan in werking stellen. Directie, artsen, verpleegkundigen, laboranten en technisch personeel worden opgeroepen om de opvang van meerdere slachtoffers voor te bereiden.

3. Op het rampterrein neemt een directeur medische hulpverlening de leiding van deze discipline in handen. Hij verzamelt informatie en coördineert de acties. Zijn adjunct verzorgt de communicatie met de verschillende disciplines.

4. De triage-arts rangschikt de slachtoffers op basis van de aard en de ernst van hun verwondingen. Hij bepaalt ook de plaatsen van de behandelingszones. Er is een rode, gele, groene en zwarte zone voorzien. Slachtoffers die onmiddellijk een behandeling nodig hebben, komen in de rode zone terecht.

5. De acties op het terrein worden ondersteund door bijkomende medische hulpploegen en door een team van het Rode Kruis.

6. Na stabilisatie van de toestand start de regulatie. Er wordt afgesproken welke patiënt naar welk ziekenhuis gebracht wordt, rekening houdend met de aard van de verwondingen, de specialisatie van het ziekenhuis en de vrije bedcapaciteit.

7. Het Rode Kruis en het Vlaams Kruis kunnen instaan voor de opvang van minder zwaar gekwetsten, ontredderden en daklozen.


DISCIPLINE 3: POLITIE VAN DE PLAATS

Taken
1. De politie vervult een groot aantal opdrachten in het kader van de rampenbestrijding. In geval van ramp verwittigt de politie de leden van het crisiscomité.

2. De politie bakent de onmiddellijke toegang tot de plaats van de ramp af (binnenring) en controleert de zone in de wijde omgeving van het rampterrein (buitenring).

3. De politie handhaaft de orde binnen het gebied dat zij controleren. Zij houdt toeschouwers op een afstand, verwittigt de bevolking, bewaakt gebouwen om inbraak te voorkomen en organiseert eventueel een evacuatie.

4. De politie maakt in onderling overleg evacuatiewegen vrij voor de hulpdiensten. Daarbij kan zij het verkeer omleiden. Eventueel zorgt zij voor een escorte van de ziekenwagens.

5. De politie verzamelt ook informatie met het oog op het gerechtelijk onderzoek, dat na de opheffing van de rampsituatie van start gaat.


DISCIPLINE 4: DIVERSE WERKEN, BIJSTAND, VERVOER EN LOGISTIEK

Taken
1. Zowel de technische diensten van de stad als privé-bedrijven kunnen ingeschakeld worden bij logistieke opdrachten.

2. Deze opdrachten omvatten in het stadhuis: bijhouden van het logboek van het crisiscomité, zoeken naar opvang- en evacuatiecentra, organiseren van vervoer voor evacuatie van omwonenden, oproepen van personeel, verstrekken materiële bijstand aan slachtoffers, in werking stelllen van communicatieapparatuur.

3. Op het rampterrein zijn volgende taken weggelegd voor deze discipline:
    - helpen bij opruimings- en slopingswerken,
    - afsluiten van riolering en oppervlaktewaters wanneer gevaarlijke stoffen vrijkomen,
    - plaatsen van wegafsluiting en -signalisatie, contact met maatschappijen voor nutsvoorzieningen,
    - leveren van materialen,
    - assisteren bij het inrichten van evacuatie- en opvangcentra,
    - organiseren van een tijdelijk mortuarium.


DISCIPLINE 5: INFORMATIE AAN DE BEVOLKING


Taken
1. Wanneer een ernstige ramp dreigt of plaatsvindt kan de informatieambtenaar "inbreken" in de uitzendingen van radio en televisie, om de bevolking te informeren of alarmeren. Naast de voornaamste feiten (wat? waar? wanneer?) worden ook instructies doorgegeven in verband met de bescherming van het publiek. Tegelijk sturen de hulpdiensten radiowagens uit.

2. De informatieambtenaar vangt vragen op van de pers en het publiek. Vanuit het crisiscomité zelf wordt onmiddellijk een informatiestroom op gang gebracht over de ontwikkelingen van de ramp. Dit om ontsporing van de vrije nieuwsgaring te voorkomen en om te vermijden dat het publiek massaal begint te telefoneren of ter plaatse komt kijken.

3. De informatieambtenaar coördineert de organisatie van het informatiecentrum, indien de burgemeester daartoe beslist.

 

Klik hier voor het formulier om gegevens voor het noodplan door te geven.

 

Klik hier om het rampenplan te lezen (enkel met paswoord).

 

 

 

laatste wijziging: 24 november 2009

Hulp- en wachtdiensten
blank blank Dokter: 02 251 36 78
Apotheker: 0900 10 500
Tandarts: 0903 39 969
Brandweer/ziekenwagen: 100
Lokale politie: 02 253 33 33
GSM noodnummer: 112
Klik hier voor meer info.
blank
Hoekje Hoekje

Vragen en meldingen
blank blank Wil je iets vragen of melden aan het stadsbestuur, klik dan hier.
blank
Hoekje Hoekje

UiTagenda
blank blank



 

blank
Hoekje Hoekje

Persmededelingen
blank blank
Losse ticketverkoop cc Het Bolwerk van start.
20/07/2010
Markt op woensdag 21 juli 2010 gaat door.
20/07/2010
Vilvoorde zet sterilisatiecampagne verder in 2011 - 82 zwerfkatten gesteriliseerd in 2010.
12/07/2010
blank
Hoekje Hoekje

Vrije Tijd
blank blank

blank
Hoekje Hoekje